Brugs Vierluik 2026-2027 – 5 – 12 – 19 en 26 november 2026

Donderdag 5 november 2026

1. Verdwenen en verborgen Brugse straatjes
Dhr. Chris Weymeis

Het lijkt op het eerste gezicht onwaarschijnlijk, maar de Brugse binnenstad telt ongeveer 370 officiële straten en pleinen. Ze dragen alle een straatnaam en zijn op een stadskaart gemakkelijk terug te vinden. Wie echter door de stad kuiert, wordt af en toe geconfronteerd met een naamloos straatje waarvan vele gemakshalve (?), maar meestal ten onrechte (!), als brandstraatje worden aan-geduid.

Behalve deze officiële straten en pleinen telt de binnenstad nog tal van andere straatjes die al dan niet achter een poortje of hek verborgen zitten. Vele ervan droegen ooit een naam. Wie weet nog bijvoorbeeld het Papemoenstraetkin liggen? Of het Zoetenaaistraatje? Of het Speyewyfstratkin? Ze bestaan nog!

Daarnaast zijn er nog vele straatjes die in de loop der eeuwen uit het straatbeeld zijn verdwenen, maar waarvan de ligging en vaak ook de namen op een of andere manier in de archieven bewaard zijn gebleven. Waar lag ook weer het Salaedestratkin? Of het Lijfcoucstratkin? Of het Witte Kontstraatje?

Waarom sommige straatjes verdwenen zijn en waar enkele verborgen straatjes nog te vinden zijn, verneemt u tijdens de voordracht ‘Verdwenen en verborgen Brugse straatjes’ van Chris Weymeis die een boek over het onderwerp voorbereidt. De lezing licht alvast een stukje van de sluier op.

Donderdag 12 november 2026

2. Het Gruuthusehandschrift

Em. prof. dr. Johan van Iseghem

Brugge was in 2007 ineens te klein. Het beroemde Gruuthusehandschrift uit de jaren 1400, tot zolang in lokaal privébezit, bleek verkocht aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De krantenkoppen trilden van verontwaardiging nu zoveel nationale glorie ‘schaam-teloos’ aan Nederland was afgestaan. Al wie ooit op de schoolbanken het klaaglied over Egidius had gelezen, voelde zich plotseling zo verloren als de maker daarvan. Toch wisten veel hard roepende Vlamingen nauwelijks wat dat handschrift nu eigenlijk voorstelt. Wat staat er in die collectie? Wat is het belang ervan? En hoe ziet dat fameuze ‘boek’ eruit? Hadden de heren van Gruuthuse er overigens wel iets mee te maken?
Over de kleurrijke ontstaanscontext en de grote verscheidenheid aan teksten valt er na het onderzoek van de laatste jaren veel te vertellen. Soms gaat het er in de teksten heel devoot aan toe, vaak uitbundig, af en toe eens giftig en naar onze normen soms zelfs behoorlijk scabreus. Hoe vallen in gebeden, liederen en gedichten al die zaken met elkaar te rijmen? Wie was die Egidius? En wie schuilt er allemaal achter de namen en initialen die tussen de regels verborgen zitten? We krijgen een verrassende kijk op het veelzijdige leven dat woekert in een middeleeuwse wereldstad.

De uiteenzetting wordt geïllustreerd met talrijke afbeeldingen, verklaring van teksten en het beluisteren van de muziek. Genieten dus met hart, oog en oor…

 

Donderdag 19 november 2026

3. Bouwen in hout in laatmiddeleeuwse Vlaamse steden op basis van archeologie en bouwhistorie
Dhr. Lennert Lapeere

Hout was in de late middeleeuwen het bouwmateriaal bij uitstek in de Vlaamse steden. In tegenstelling tot kerken, belforten en grote stenen woningen is dit materiaal vandaag echter veel minder zichtbaar, zowel in het bestaande patrimonium als in het archeologisch bodem-archief.

Deze lezing biedt een vernieuwde kijk op materiaal-gebruik, constructietechnieken en de ruimtelijke organisatie van stadswoningen tussen 1200 en 1500. Aan de hand van casussen uit Brugge, Gent en Ieper, aangevuld met voorbeelden uit kleinere steden zoals Sluis, Aalst en Ninove, wordt een genuanceerd beeld geschetst van de rol van hout in de stedelijke bouwpraktijk.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de methoden waarmee houten constructies herkend worden. Archeologen baseren zich daarbij vooral op funderingen, haarden en vloerniveaus, terwijl bouwhistorici de opstand, houtverbindingen en dakkappen analyseren. Historische vermeldingen zijn vaak eerder summier. De combinatie van de drie invalshoeken biedt een samenhangend en verrassend perspectief op het laatmiddeleeuwse stadslandschap.

‘Brugse Beursplein rond 1450’

Donderdag 26 november 2026

4. Van Christus tot David: meester-schilders in een spookstad? (1475-1525)
Dhr. Casper Van  Waesberghe.

Aan het eind van de vijftiende eeuw gaat het Brugge niet meer voor de wind. Een politieke crisis, economische en demografische terugval en de verzanding van het Zwin vormen een cocktail die Brugge laat hervallen tot een provinciestad, en eeuwen later nog altijd het beeld van Bruges-la-morte in herinnering roept. Althans, dat is hoe de klassieke geschiedschrijving dit proces beschrijft.
Ondanks dat alles blijven de Brugse luxe-ambachten tot halfweg de zestiende eeuw dapper standhouden. Hoe is zoiets mogelijk, in een ‘godvergeten’ stad?
Met het Brugse Beeldenmakersambacht als case study onderzoeken we wat de precieze aantrekkingsfactoren waren voor schilders en miniaturisten, en hoe de carrièrekansen lagen in een stad in een neerwaartse spiraal. Met klinkende namen als Gerard David, Adriaen Isenbrant en Jan Provoost zijn er immers voorbeelden genoeg van geïmmigreerde meester-schilders die succes oogsten in het Brugge van de eeuwwisseling.

Wat maakte Brugge tot het bastion van “de laatste Vlaamse Primitief”?
Kom het mee ontdekken op 26 november 2026!

Wanneer? Donderdagen 5 – 12 – 19 – 26 november 2026

Begin? Telkens om 14.30 uur.

Waar? Aula Grootseminarie, Potterierei 72, 8000 Brugge. Bereikbaar met stadsbus 2. Ruime parkeermogelijkheid.

Inschrijven?
Door overschrijving van € 41 (koffie of thee inbegrepen) op de bankrekening van UDL-Brugge, met vermelding:

CBV730    Lid(nr.) … (Naam en voornaam) …  

Verantwoordelijk bestuurslid: Johan Bossier, tel. 0473 75 75 05. – brugsvierluik@udlbrugge